Kruinrib overdwars0000.0011

 

 Literatuur

 

 engels

- Fleming, John & Hugh Honour & Nicolaus Pevsner, Dictionary of Architecture. Harmondsworth (Penguin) 1985 3e editie, 6e druk. [356 blz. ISBN 0.14.051013.3]. Hierin: blz. 335 ("Transverse ridge-rib")

- Pevsner's Architectural Glossary. New Haven & London (Yale University Press), 2016 2e druk/(1e druk: 2010). [144 blz. ISBN 978.0.300.22368.2]. Hierin blz. 106-107 ("Rib-vault", waarin o.a. "More elaborate vaults may include ridge-ribs along the crown of a vault or bisecting the bays"), 131 (tekening stergewelf met benoeming aantal elementen. Als 'transverse rib' is hier de rib benoemd die tussen de toppen van de vensters loopt (de kruinrib overdwars).
Opmerking: de term 'transverse rib' gebruikt Pevsner ook voor de gordelrib, kennelijk noemt hij alle ribben overdwars 'transverse rib' - jp0217).

- Harris, John & Jill Lever, Illustrated Glossary of Architecture 850-1830. London (Faber and Faber), 1966. [304 blz. SBN 571.09074.5] (met ca 250 foto's, deels met benoeming van termen). Hierin blz. 72 ("Ridge rib: a secundary decorative or structural rib placed along the longitudinal or transverse axis of a vault." - dit is de volledige tekst), afb-nr 32, 36.

 duits

- Koch, Wilfried, Baustilkunde. Das grosse Standardwerk zur europäischen Baukunst van der Antike bis zur Gegenwart. München (Orbis), 1994. [528 blz. ISBN 3.572.00689.9] Hierin: blz. 194 ("Scheitelrippe, Querrippe": getekend zijn de overlangse en de overdwarse kruinribben)

- Koepf, Hans, Bildwörterbuch der Architektur. Deel in de serie 'Kröners Tachenausgabe', nr 194. Stuttgart (Kröner), 1985 ongewijzigde herdruk van 2e druk uit 1974/1e druk 1968. [451 blz. ISBN 3.520.19402.3]. Hierin: blz. 331 ("Scheitelrippe, Rippe die entlang der Scheitellinie eines Gewölbes verläuft [...]". Vooral in Engelse laatgotische gewelven. Kennelijk wordt hiermee niet de kruinrib overdwars bedoeld.)

 frans

- Noël, Pierre, Technologie de la pierre de taille. Dictionnaire des termes couramment employés dans léxtraction, lémploi et la conservation de la pierre de taille. Paris (SEBTP), 1994 2e druk/1e druk 1965. [375 blz. ISBN 2.903.248.65.6]. Hierin: blz. 220-221 ("Lierne. Nervure qui, dans une voûte sur croisée d'ogives réunit la clef de l'arc doubleau, ou de l'arc formeret, à la clef des arcs ogives [...]". Deze lierne is ouder dan de flamboyante gotiek. Het buitenste deel, dat naar de sluitstenen van gordel- en muraalbogen loopt, valt op den duur weg. (Opmerking: de lierne wordt hier uitsluitend gezien als kruinrib, overlangs en overdwars. - jp0317)